Bijna 80% onbebouwde woonpercelen in Vlaanderen in handen van particulieren

 
Bijna 80 procent van de onbebouwde woonpercelen in Vlaanderen is in handen van particulieren. De meeste particulieren bezitten één perceel. Overheden zijn de grootste eigenaars onder de ‘veelgrondbezitters’. Dat blijkt uit gegevens die het Departement Omgeving in kaart bracht. In 2024 hadden bijna 295.000 onbebouwde woonpercelen in Vlaanderen een bestemming die woningen en aanverwante functies (zoals buurtwinkels, lokale bedrijven) toelaat, samen goed voor een totale oppervlakte van ruim 43.800 ha.
 
“Vlaanderen wil zowel een kwalitatief aanbod aan duurzame en betaalbare woningen als voldoende ruimte voor natuur, groen en water. Het combineren van beide vormt een uitdaging. Daarom heeft het Departement Omgeving onderzocht in welke mate de beschikbare grondreserves voor wonen kunnen aangesproken worden, bijvoorbeeld wanneer de woningmarkt plaatselijk onder druk staat”, zegt Ann Heylens, woordvoerder van het Departement Omgeving.
 
In Vlaanderen is 79 procent van de onbebouwde woonpercelen eigendom van ‘natuurlijke personen’, particulieren dus. Private rechtspersonen (vennootschappen) bezitten 12% van de gronden en de overheid 9%. In oppervlakte gaat het om 70% in eigendom van natuurlijke personen, 14% van private rechtspersonen en 15% van de overheid.
 
Veel ‘kleine’ eigenaars
 
85% van alle eigenaars van onbebouwde woonpercelen heeft één woonperceel. Daarmee bezitten ze 52% van de percelen (ca. 154.000 percelen) en 44% van de oppervlakte (ca. 19.000 ha). Ongeveer 15% van de eigenaars bezit 2 tot 10 percelen, een aandeel van 35% van het totaal aantal percelen (ca. 103.000 bouwpercelen) en een ongeveer even groot aandeel aan oppervlakte (ca. 16.000 ha). Een minderheid (<1%) bezit meer dan 10 percelen, goed voor 19% van de oppervlakte aan bouwpercelen.
 
“Veelgrondbezitters”
 
Onder eigenaars die meer dan 10 percelen in eigendom hebben, spannen de overheden de kroon. Onder meer steden, gemeenten, OCMW’s, woonmaatschappijen, intercommunales en Vlaamse overheid bezitten ruim 70% van de oppervlakte (bijna 5.900 ha) onder de veelgrondbezitters. Daar nemen steden en gemeenten (48%) en woonmaatschappijen (23%) de grootste hap uit. Bouwprofessionelen (immobiliën-of bouwbedrijven en projectontwikkelaars) met meer dan 10 percelen in eigendom bezitten een vijfde van de oppervlakte van de ‘veelgrondbezitters’ (ca. 1.700 ha).
 
20.000 ha aan bouwrijpe percelen in woongebieden
 
Maar kunnen al die percelen zomaar bebouwd worden? Van de ruim 43.800 ha aan onbebouwde woonpercelen in Vlaanderen ligt het gros (ca. 26.000 ha) in woongebied (zowel landelijk als stedelijk). Van die 26.000 ha bevindt het grootste deel (20.000 ha) zich in een verkaveling of langs een uitgeruste weg: het zijn dus bouwrijpe percelen. Bouwrijp betekent echter niet per definitie dat de gronden goed gelegen zijn (dichtbij voorzieningen).  Zo’n 6.100 ha ligt in een zogenaamd binnengebied en is niet bouwrijp, omdat wegenis en nutsvoorzieningen (elektriciteit, water, riolering) ontbreken. Een kleiner deel (ca. 11.000 ha) ligt in de zogenaamde woonreservegebieden. Die reserves kunnen slechts aangesneden worden na een vrijgavebesluit. Daarvan is een klein deel al verkaveld (ca. 1.200 ha). Tot slot bevindt bijna 6.500 ha zich buiten een woonbestemming, maar in een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling. Het gaat vooral om oudere verkavelingen. Ook die percelen kunnen in principe nog bebouwd worden.
 
Slechts 10.500 hectare is écht goed gelegen
 
Eigenlijk is slechts 10.500 ha van de onbebouwde woonpercelen echt goed gelegen (met voldoende voorzieningen en goed openbaar vervoer in de buurt). Als hier met hoge dichtheid wordt gebouwd, levert dit al gauw honderdduizenden wooneenheden op. Bijna 25.000 ha scoort echter slecht qua aanwezigheid van voorzieningen, openbaar vervoer en overstromingsgevoeligheid of ligt in gebied met hoge natuurwaarde of vruchtbare landbouwgrond. Maar het is dus best mogelijk dat deze slechter gelegen gronden zich in woongebied bevinden en bouwrijp zijn.  Dat bekijkt de Vlaamse overheid verder in haar Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat in opmaak is.  
 
450 000 extra woningen
 
De Vlaamse overheid formuleert in haar Beleidsplan Ruimte Vlaanderen de ambitie om tegen 2050 450.000 extra kwalitatieve, betaalbare en duurzame woningen te realiseren. In theorie kan een groot stuk van die woonbehoefte opgevangen worden binnen bestaande bebouwing, door het opdelen of optoppen van woningen, sloop en herbouw of hergebruik van leegstaande panden. Zo’n transformatie van woningen is echter niet altijd eenvoudig. Daarom kijken we ook naar de onbebouwde woonpercelen.
​
 
 

Nieuws melden Adverteren op Persinfo?