Het westnijlvirus is niet langer alleen bij besmette paarden in de provincie vastgesteld. Intussen zijn ook de eerste menselijke besmettingen opgedoken. Gezondheidsdiensten waarschuwen dat er mogelijk nog meer gevallen volgen. Geen reden tot paniek, maar wél een duidelijk signaal om deze zomer extra alert te zijn voor muggenbeten.
Het westnijlvirus wordt verspreid door besmette steekmuggen. De muggen raken besmet nadat ze een geïnfecteerde vogel hebben gestoken en kunnen het virus vervolgens overdragen op mensen of paarden. Een besmetting gebeurt dus niet rechtstreeks van mens op mens en ook niet van paard op mens.
Dat het virus nu ook bij mensen wordt vastgesteld, toont aan dat het momenteel actief circuleert. Wie veel buiten komt, doet er dan ook goed aan om vooral tijdens de schemering en ’s nachts extra voorzorgsmaatregelen te nemen. Net dan zijn de muggen die het virus kunnen verspreiden het actiefst.
Vaak niets aan de hand, soms wel ernstig
Een besmetting hoeft overigens niet meteen merkbaar te zijn. De meeste mensen die het westnijlvirus oplopen, krijgen helemaal geen klachten. Bij anderen kunnen eerder algemene symptomen ontstaan zoals koorts, hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid. Soms verschijnt ook huiduitslag.
In een klein deel van de besmettingen kan het virus echter ernstiger toeslaan en een ontsteking van de hersenen of hersenvliezen veroorzaken. Vooral mensen vanaf 50 jaar en personen met een verminderde weerstand lopen een groter risico op een ernstig verloop.
Eén muggenbeet kan je liever voorkomen
Wie zich wil beschermen, hoeft geen ingewikkelde maatregelen te nemen. Het belangrijkste is simpelweg: vermijd zoveel mogelijk muggenbeten.
Draag bij veel muggenactiviteit lange mouwen en een lange broek en gebruik indien nodig een geschikt muggenwerend middel, bijvoorbeeld met DEET. Wie twijfelt over welk product geschikt is, kan daarvoor terecht bij de apotheker.
Ook horren voor ramen en deuren kunnen helpen. Wie ’s nachts veel last heeft van muggen, kan eventueel onder een muggennet of klamboe slapen.
Kijk ook eens rond in je eigen tuin
Muggen hebben niet veel nodig om zich voort te planten. Een kleine hoeveelheid stilstaand water kan al voldoende zijn voor de ontwikkeling van eitjes en larven.
Daarom is het verstandig om regelmatig rond het huis, op het terras en in de tuin te kijken. Emmers, bloempotschotels, speelgoed, regentonnen en andere recipiënten waarin water blijft staan, worden best leeggemaakt. Water dat niet verwijderd kan worden, moet regelmatig worden ververst of goed worden afgedekt.
Een paar minuten opruimen in de tuin kan dus al helpen om minder muggen rond je woning te hebben.
Geen paniek, wel verstandig om alert te zijn
De vaststelling van menselijke besmettingen klinkt misschien verontrustend, maar volgens de gezondheidsdiensten is er momenteel geen reden tot paniek. Het risico om daadwerkelijk ziek te worden blijft beperkt.
Toch is de boodschap duidelijk: nu het westnijlvirus ook bij mensen is opgedoken, is het verstandig om niet achteloos met muggenbeten om te gaan.
Extra alert zijn, jezelf beschermen en stilstaand water zoveel mogelijk vermijden: kleine maatregelen die in deze periode een groot verschil kunnen maken.
Meer informatie over het westnijlvirus, de mogelijke klachten en bescherming tegen muggenbeten is beschikbaar via het Departement Zorg.