
De fiets – in al zijn gedaanten – heeft in het woon-werkverkeer van de laatste jaren het meeste vooruitgang geboekt: in net geen 43% van de woon-werkverplaatsingen die werknemers in Vlaams-Brabant maken, speelt de fiets een rol, liefst 51% meer in 5 jaar tijd, maar nog altijd iets onder het Vlaamse gemiddelde van 48,4%.
De auto – dat andere private vervoersmiddel – is en blijft het populairste, met een aandeel van goed 70%, ook dat is minder dan gemiddeld in Vlaanderen en nagenoeg een status quo. Het verschil wordt in Vlaams-Brabant goedgemaakt door het openbaar vervoer. Trein, tram, bus en metro zijn hier goed voor een aandeel van bijna 12%, dat is ruim meer dan het Vlaamse gemiddelde van 7% maar op zich geen winst. Nog iets wat blijkt uit de negende editie van de mobiliteitsbarometer van hr-expert Acerta Consult is dat in België de diesel onder de bedrijfswagens in 5 jaar tijd zijn aandeel heeft zien zakken van 80% naar nog geen 30%.
De fiets in 5 jaar meer dan 50% populairder in woon-werkverkeer in Vlaams-Brabant
In 5 jaar tijd is het aandeel werknemers in Vlaams-Brabant dat (ook) de fiets gebruikt om naar en van het werk te rijden gestegen van 28,3% naar 42,8%, een toename van liefst 51,1%, maar wel nog onder het Vlaamse gemiddelde. Ook het laatste jaar, tussen 2023 en 2024, heeft de fiets weer merkelijk aan populariteit gewonnen: 10% erbij. De fiets – alle types, dus ook bv. de step – is daarmee de grote winnaar in het woon-werkverkeer in Vlaams-Brabant. Het percentage werknemers dat (ook) rekent op de auto blijft hangen rond de 70%, lager dan het Vlaamse gemiddelde van 77%; het aandeel van het openbaar vervoer blijft hangen rond de 12%, merkelijk meer dan het Vlaamse gemiddelde van 7%.
Kim Dekeyser, kantoordirecteur Acerta Leuven: “Over de winnaar, de fiets: kritische geesten zouden kunnen stellen dat de populariteit van de fiets het laatste jaar toch wel wat aan het afvlakken is, maar het is niet meer dan logisch dat die ooit het maximum zal bereiken van wat er met de fiets kan. De fiets zal nooit voor iedereen een oplossing kunnen zijn, maar groene mobiliteit is en blijft wel belangrijk. De fiets blijft daarom een belangrijk verloning- en vervoersmiddel, al is zijn potentieel sterk afhankelijk van de individuele situatie van de medewerker.”
Private vervoermiddelen – de auto en de fiets, gecombineerd of exclusief – zijn het populairst
De fiets hoeft niet de exclusieve keuze te zijn. In Vlaams-Brabant zit de winst voor de fiets vooral in de combinatie met de auto: 1 op de 5 werknemers in Vlaams-Brabant (19,8%) combineert fiets en auto, ruim een verdubbeling van de situatie 5 jaar geleden. Maar net zo goed kiest 1 op de 5 werknemers (20,1%) ervoor om de woon-werkritten altijd en alleen met de fiets te doen.
Van alle Vlaamse provincies is Vlaams-Brabant de provincie waar de auto het kleinste aandeel heeft in het woon-werkverkeer: 70,8%, toch blijft hij nog altijd het populairste van alle vervoermiddelen om op het werk te geraken. 48,4% van de woon-werkritten wordt nog altijd exclusief met de auto gereden, dat is wel 21% minder dan 5 jaar geleden, in 2019 werd in Vlaams-Brabant nog 61,3% van de woon-werkverplaatsingen altijd met de auto gedaan.
Kim Dekeyser: “Combineren kan op veel manieren. Het kan betekenen dat iemand een stuk van het traject met de fiets aflegt en dan op de trein springt of dat iemand bij mooi weer naar het werk fietst en bij slecht weer in de auto stapt. Er zijn veel opties voor het woon-werkverkeer en de keuze kan variëren, zelfs van dag tot dag. Er zijn natuurlijk externe factoren die je niet in de hand hebt (het weer, heuvels ...), een van de belangrijkste factoren in de keuze van hoe mensen naar het werk gaan, is het aanbod. Zo hebben de elektrische fiets en de step een impact op hoe mensen afstanden inschatten; de optie van een fietslease via het werk en de aanleg van fietsostrades zijn manieren om mensen aan het fietsen te krijgen. Een bushalte in de buurt, een rechtstreekse verbinding, een trein meer of minder op het spitsuur ... het zal iemands keuze voor het openbaar vervoer beïnvloeden. Er is een voortdurende shift en een verdere diversifiëring van vervoersmodi aan de gang, algemeen en logischerwijze dus ook in het woon-werkverkeer.”
Succes van het openbaar vervoer hangt sterk af van het aanbod
Het openbaar vervoer blijft in het woon-werkverkeer algemeen een stuk minder populair dan de private vervoermiddelen, zoals de auto en de fiets. Maar met een aandeel van 11,7% doet het openbaar vervoer het in Vlaams-Brabant wel merkelijk beter dan elders in Vlaanderen. Net geen 7% van de pendelaars rekent hier enkel en alleen op het openbaar vervoer; nog eens bijna 5% combineert het openbaar vervoer met de fiets en/of de wagen.
Kim Dekeyser: “In het openbaar vervoer krijgt de reiziger een passieve rol: waar en wanneer er aanbod is van trein, tram of bus, daar heeft de gebruiker geen vat op. Voldoet dat aanbod niet, dan neemt de pendelaar die het kan liever zelf de controle en kiest voor private vervoersmiddelen, zoals de fiets en/of de auto. Dat het aandeel gebruikers van het openbaar vervoer in Vlaams-Brabant hoger ligt dan elders, betekent dat dit voor meer mensen de beste optie is. Eenzelfde en zelfs nog veel sterker succes zien we trouwens vlakbij, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dat succes heeft te maken met het aanbod en met het beleid, bv. als de auto wordt ontmoedigd. Dan kan het openbaar vervoer wel winnen.”
Diesel ruimt al 5 jaar baan voor groene bedrijfswagens
Uit de negende editie van Acerta’s mobiliteitsbarometer blijkt ook nog dat 23,7% van de Belgische bedienden een bedrijfswagen heeft, nagenoeg een status quo tegenover 2023 (23,5%); kijken we 5 jaar terug dan ging het over 20,6%. De cijfers voor de gewesten tonen wel verschillen: in Wallonië heeft 25,4% van de bedienden een bedrijfswagen, in Vlaanderen 23,8% en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 18,2%. Het aandeel bedrijfswagens is de voorbije jaren niet sterk geëvolueerd.
Het aandeel bedrijfswagens is met andere woorden de voorbije jaren niet sterk geëvolueerd. Dé echte evolutie zit hem in de vergroening van het bedrijfswagenpark. Die zet zich sterk door. De diesel-bedrijfswagen was vijf jaar geleden nog goed voor een aandeel van net geen 80%. Vandaag haalt die zelfs geen 30% meer. Hybrides en elektrische wagens zijn van nul naar 43,3% gegaan: 22,3% hybrides en 21% full-elektrisch. 26,7% van de bedrijfswagens rijdt op benzine.
Kim Dekeyser: “Hoe de fiscale behandeling van bedrijfswagens met een verbrandingsmotor eruit zal zien, is nog onduidelijk. Maar de fiscale behandeling zal steeds in het nadeel zijn van zowel de werkgever als de werknemer. De stijging van het aantal elektrische wagens is dan ook niet verwonderlijk. Door de maatregel worden werkgevers gedwongen om te opteren voor elektrische wagens. Ook de werknemer wordt op deze manier afgestraft: het is een vaststaand feit dat wagens met diesel of benzine steeds duurder worden.”
Nog twee cijfers uit deze negende mobiliteitsbarometer van Acerta:
73,4% van de werknemers in Vlaams-Brabant komt uit de eigen provincie.
Gemiddeld woont de werknemer in de provincie Vlaams-Brabant net geen 19 km van het werk vandaan, het Vlaamse gemiddelde is 21 km.
Kim Dekeyser, kantoordirecteur Acerta Leuven: “Een kilometer meer of minder kan het verschil maken tussen wel of niet op de fiets naar het werk gaan, ook dat zal dus mee het succes van de fiets bepalen.”
Over het onderzoek
De verzamelde, geanonimiseerde gegevens zijn gebaseerd op de werkelijke loongegevens van meer dan 52 400 werknemers uit de private sector, medewerkers van zowel kmo’s als grote ondernemingen. Over de bedrijfswagens zijn de conclusies gebaseerd op de cijfers van een populatie van meer dan 212.000 bedienden. De data werden via de ACERTA-Mobiliteitsbarometer verzameld tussen 2019 en 2024, met metingen op kwartaalbasis. Ze geven gezien de mix van sectoren, regio’s, geslacht, leeftijd, enz. een representatieve weergave van de Belgische werknemerspopulatie in de privésector. Dit is in inmiddels de negende editie van deze Mobiliteitsbarometer.