De verkoop van het boek ‘Gaasbeekse vertellingen’ van Sarah De Grauwe loopt als een trein. De eerste 1000 exemplaren waren op de kortste tijd de deur uit en ook de tweede druk gaat gezwind over de toonbank. ‘Gaasbeekse vertellingen’ is dan ook een vlot lezend boek over flamboyante figuren maar ook over het voetvolk, dat op één of andere manier tijdens de 800-jarige geschiedenis met het sprookjesachtige bolwerk in aanraking kwam.
Elk hoofdstuk geeft een inkijk in het leven van iemand die het Kasteel van Gaasbeek ooit bewoonde, aandeed of er op een andere manier mee in contact kwam. Er is het bloedstollende verhaal van de hertogen van Brabant, de markante Italiaanse familie Arconati Visconti, en de bijzondere Marie Peyrat, de laatste kasteelvrouwe, bevriend met Victor Hugo, Alfred Dreyfus en actrice Sarah Bernhardt. Maar ook ‘de mensen downstairs’ krijgen een stem, zoals de kokkin van Paul Arconati, van wie de culinaire herinneringen haast geurend uit de bladzijden opstijgen.
“Het Pajottenland was al jarenlang mijn geliefde wandelstreek”, vertelt Sarah De Grauwe. “Ik ben tuk op vergeten verhalen en toen ik het kasteel van Gaasbeek zag, wilde ik iets schrijven over Marie Peyrat, maar iemand was me voor. Ik gooide me dan maar op 800 jaar kasteelarchief. Gelukkig kon ik nog verhalen noteren van dorpelingen, die ze hoorden vertellen van hun overgrootouders. Zo ontdekten we nieuwe verhalen, waardoor we fictie en non-fictie konden brengen met vele kleine feitjes. We hebben het niet louter en alleen over het kasteel en de streek zelf, we vonden in alle uithoeken van het land wat interessants. Ik ging onder meer langs in de Sint-Goedele-kathedraal in Brussel, waar er linken te vinden zijn met het kasteel. In de hoofdstad staan het Broodhuis en het Rekenhof waar Paul Arconati als burgemeester van Brussel actief was. Deze super excentrieke figuur alleen al, zet aan tot lezen."

“Het gaat over markante figuren, avonturiers, die overal hun sporen achterlieten tot zelfs in een Egyptische badhuis. In Gentse archieven las ik het verhaal van Paul Arconati die tijdens zijn zwerftocht in een Ardeens dorpje een meisje ontmoette, dat plots zwanger werd. Jonge mensen voelen zich aangesproken door de executie op de Brusselse Grote Markt van de graven Egmont en Hoorn, die opkwamen voor godsdienstvrijheid. Hun hoofden werden op spiesen gestoken. Ik vertel dat heel levendig, vanuit een moeder van 12 kinderen die haar man ziet onthoofd worden. Het is echt een Brabantse Decamerone, een perfecte omgeving om er een film van te draaien.”
Herman Van Goethem, vooral bekend om zijn boeken over de politieke geschiedenis van België en om zijn rol in museum Dossin Kazerne, gaf zijn zege en droeg ook bij tot het boek. “De boekenverkoop loopt heel goed, zelfs beter dan verwacht. En het haalt bovendien steeds meer nieuwe verhalen naar boven. Dit stopt nooit, het zal zeker niet het laatste boek zijn”, aldus Sarah De Grauwe.
