Uit grootschalig onderzoek in heel Europa blijkt dat vegetaties de laatste zestig jaar sterk gewijzigd zijn, zowel in graslanden, bossen als moerassen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten is klimaatverandering daarbij niet de belangrijkste sturende factor -enkel in gebergten heeft temperatuur een grote invloed op de plantengemeenschappen. De invloed van stikstof daarentegen is groter dan die van de andere onderzochte factoren. Dat overmatige stikstofneerslag in de Benelux tot grote veranderingen leidde, is al lang geweten maar uit geografisch grootschalige metingen blijkt nu dat die stikstofimpact overal in Europa te zien is.
Wetenschappers over heel Europa analyseerden de natuur tussen 1960 en 2020 aan de hand van data uit vegetatieopnames. Daarbij worden vaste proefvlakken uitgezet, bijvoorbeeld een gebied van vijf op vijf meter in graslanden, waarin onderzoekers nauwkeurig noteren welke plantensoorten voorkomen en hoe talrijk ze aanwezig zijn. Proefvlakken worden vaak doorheen de tijd meerdere keren bestudeerd, zo krijg je een tijdreeks waarin je kan vergelijken welke planten en in welke aantallen ze voorkomen in bijvoorbeeld 1978, 1996 en 2010. Wetenschappers brachten de resultaten van meer dan 644.000 vegetatieopnames samen om te analyseren hoe vegetaties doorheen de tijd veranderen op Europese schaal.
Die veranderingen in het voorkomen van planten kunnen ons iets vertellen over de ecologische omstandigheden van een bepaald gebied. Elke plant heeft een eigen voorkeur voor een ideale omgeving, die eigenschappen zijn voor Europese planten heel goed gedocumenteerd. Sommige planten houden van zon en warme omstandigheden, andere groeien liever op koele en beschaduwde plekken. Factoren zoals voedselrijkdom en zuurtegraad van de bodem werden ook mee in rekening gebracht. Een toename in planten die het graag vochtig hebben, kan ons zo vertellen dat de omgeving daar vochtiger is dan vroeger. De onderzoekers bestudeerden de variatie in planten in 18.000 tijdreeksen verspreid over heel Europa.
Stikstofeffecten in heel Europa
De wetenschappers vonden vooral een sterke toename in stikstofminnende planten zoals bramen of brandnetels. Daar hebben wij niet alleen in België last van; in heel Europa, van bossen tot wetlands, nam de hoeveelheid stikstof toe. Maar vooral Nederland, Noord-Italië, Noord-Duitsland, het noorden van Polen, een deel van Oekraïne en Vlaanderen kleuren opvallend rood. Hoewel planten stikstof nodig hebben, is te veel stikstof voor de natuur echt een probleem. Stikstofminnende planten vertoeven heel goed in deze omgeving, zo goed dat ze in combinatie met de stikstof als groeiversterker, alle andere planten overgroeien. Daardoor verdwijnt de diversiteit: graslanden met klaver, echte koekoeksbloem en knoopkruid worden graslanden vol brandnetels. Insecten die afhankelijk zijn van deze planten verdwijnen en daarmee ook de vogels die afhankelijk zijn van deze insecten. Zo ontstaat een vicieuze cirkel die de biodiversiteit teniet doet.
Minder zure regen
In de jaren 70 was er een groot probleem met zure regen, die afkomstig was van de uitstoot van drie bronnen: zwaveldioxide uit elektriciteitscentrales en olieraffinaderijen, stikstofoxiden uit het verkeer en ammoniak uit de veestallen. In 1979 ondertekende de Europese Unie mee een verdrag om daar iets aan te doen. Met succes, want in dit onderzoek wordt duidelijk dat de zuurtegraad van de grond de afgelopen 60 jaar in heel Europa daalde. Dat komt vooral door een daling in zwaveldioxide maar bewijst wel dat we de stikstofuitstoot kunnen verlagen met doelgerichte ingrepen. Daarom pleiten de onderzoekers voor het aanpakken van de uitstoot bij de bron én het aanleggen van ecologische buffers rond landbouwgebied waar nodig. Ze onderzochten niet alleen de stikstofwaarden, maar vonden voor de andere omgevingskenmerken veel kleinere effecten. Zo zijn er minder lichtminnende planten, omdat de planten dichter tegen elkaar gaan groeien is er weinig ruimte om nog veel licht te vangen. Schaduwtolerante planten doen het daarom beter. Daarnaast nam de vochtigheid toe in droge gebieden terwijl ze afnam in de natte gebieden. Mogelijk houdt dat laatste verband met een grootschalige verdroging van moerassen.
Nauwelijks temperatuureffect?
Tegen de verwachtingen in vonden de wetenschappers geen effect van de temperatuurstijging, behalve minimaal in de bossen. Heeft de klimaatverandering dan geen effect op onze plantenpopulatie? Zoals wel vaker in de wetenschappelijke wereld is niets zeker en zijn er verschillende mogelijke verklaringen. Misschien overheerst het stikstofeffect op dit moment of neemt het effect van de klimaatverandering op de plantenpopulatie wat meer tijd in beslag. Want de onderzoekers vonden wel een effect van de temperatuurstijging in de bergen. Daar zien ze een toename in planten die houden van een warmere temperatuur. In de bergen is de gemiddelde temperatuur afhankelijk van de hoogte, de planten die houden van warmere temperaturen zijn dus altijd relatief dichtbij en kunnen zich makkelijk verspreiden als de temperatuur op hogere hoogte ook voor hen aangenaam wordt. Planten in het laagland moeten enorme afstanden afleggen om zich in een ondertussen warmere regio te verspreiden en dat neemt meer tijd in beslag.
Wil je het hele artikel lezen? Klik dan hier.
Tekst: Bente Verleysen (Natuurpunt Communicatie) m.m.v. Wim Veraghtert (Natuurpunt Studie)