Maurits van Liedekerke brengt boek ‘HISTORIES VAN BIJ ONS’ uit.

Maurits van Liedekerke, dichter en auteur uit Herne stelde zijn nieuwste boek voor in het vooruitzicht van zijn boekpresentatie die plaats vindt op zondag 17 november 2024 in het Koetshuis in Strijtem (Roosdaal). Het boek ‘HISTORIES VAN BIJ ONS’ bestaat uit drie meeslepende verhalen. 
 
Lees verder onder ons videoverslag
 
 
Een woord vooraf
 
Maurits van Liedekerke: “Het boek ‘Histories van bij ons’ vertelt drie gebeurtenissen die zich afgespeeld hebben in het Pajottenland, bijna gelijktijdig in de 20ste eeuw. 
 
De gelijkheid der dingen
 
Midden 19de eeuw bedacht Franciscus-Josephus Twyfelloos (schuilnaam voor de Lennikse advocaat Frans-Jozef De Gronckel) het Payottenland, toen met Y geschreven. Eer de streek naambekendheid kreeg, liep veel water door Dender en Zenne, de kronkelende grenzen van dit verzonnen land. 
 
Een vermelding kwam er in de publicaties van Alphonse Wouters, de Brusselse stadarchivaris die tussen 1850 en 1857 zijn Histoires des environs de Bruxelles schreef. Daarin werd de gedurfde creatie afgedaan als … un sobriquet d’origine universitaire, een studentengrap. Terwijl Twyfelloos ons zijn vondst als ‘het ware Vaderland’ had aangeprezen. 
 
Enkele jaren later beschreef Hernenaar Petrus Dubois het Pajottenland. De priester was onderpastoor van een Leuvense parochie en als taalminnaar aangesloten bij het studentengenootschap ‘Met Tijd en Vlijt’ (opgericht in 1836). Dubois werkte mee aan het Algemeen Vlaamsch Idioticon (1865-1870) waarvan pastoor L.W. Schuermans (Winksele) namens het genootschap samensteller en uitgever was. In deel O-Z verzorgde Dubois het lemma Païottenland, dit keer met Ï.
 
In het voorjaar van 1885 werd in Brussel de Parti Ouvrier Belge (POB) opgericht. De partij had een Vlaamse vleugel, de Belgische Werkliedenpartij (BWP). Het arrondissement Brussel strekte zich, naast Brussel, ook uit over de Vlaamse arrondissementen Halle en Vilvoorde. Vanaf 1900 besloot de socialistische partij (ook al durfde ze niet zich zo te noemen) om het Vlaamse ommeland politiek te veroveren. Ze waren van plan om de landbouwers te veroveren met coöperatieven zoals broodbakkerijen, slachthuizen en een zuivelfabriek, waar heden Olympia (Herfelingen) gevestigd is. Wat de partij daarbij leidde, was een sociaal-economisch onderzoek omtrent de inwoners van Gaasbeek in 1833 uitgevoerd. Enquêteur van dienst was de op het kasteeldomein verblijvende Lombardische edelman Giovanni Arrivabene die Italië was ontvlucht en in Londen was terechtgekomen. Daar had hij van een professor sociologie gehoord dat ze naar de arbeiders moesten kijken via enquetes, wat in Gaasbeek dan ook zijn eerste werk was. Driekwarteeuw later had de socialistische partij zijn enquête teruggevonden en deden de socialistische politici zijn onderzoek over. De regio, die vanuit het Brusselse Maison du Peuple geviseerd werd, heette niet Pajottenland maar … Le Pays des fraises (het Aardbeienland). 
 
Van bij het begin van haar queeste worstelde de partij met twee demonen: een overwegend katholieke boerenbevolking die vanop de preekstoel ver van het socialisme werd gehouden en haar taalhandicap vanwege de overwegend Franstalige partijleiding. Het zou tot de oprichting van de Rode Leeuwen (1968) duren eer het juk van de Franstalige PSB-BSP-federatie werd afgeworpen. 
 
Gelijktijdig met de Brusselse veroveringsdrang kwamen acties tegen de verfransing van de taalgrensdorpen van Zuid-Pajottenland op gang (1912). Daarbij werden de vanouds Vlaamse stad Edingen en meerdere omliggende gemeenten in Brabant, Henegouwen en Oost-Vlaanderen als werkterrein geviseerd. In diezelfde jaren (academiejaar 1911-1912) werd aan de Leuvense unief studentenclub Moeder Payottenland opgericht. De vereniging bestaat nog steeds. 
 
Nadat in augustus 1914 het Duitse leger België had overrompeld, raakten tal van Pajotse mannen voor vier jaar vast achter het Ijzerfront. Daar speelden meerderen van hen een rol in de ongelijke strijd tegen de Belgische legerleiding die haast uitsluitend Franstalig was. Op aansturen van de soldaten Staf De Clercq (Heikruis) en Fons Raspé (Oetingen) werd achter het frontlijn het soldatentijdschrift Payot der Taalgrens uitgegeven, een communicatiemiddel tussen streekgenoten. 
 
                                                   
 
Mede door het taalgekrakeel aan het IJzerfront raakte na de wapenstilstand (1918) de strijd voor de vernederlandsing van de Belgische overheidsstructuren in een stroomversnelling. Deze leidde o.m. tot taalverscheurdheid binnen de socialistische partij, waaruit het Compromis des Belges (1929) sproot met de Pajot Edmond Doms (Vlezenbeek) als één van de hoofdrolspelers. 
 
Tijdens het interbellum kwam het Pajottenland voluit in beeld. 
 
Voorstelling boek 
 
Deel 1 - Aan mijn Payottenland
 
Op 1 juni 1924 publiceerde Wambekenaar Pol de Mont zijn ode Aan mijn Payottenland. In datzelfde jaar schreef hij ook het militante gedicht De Payotten, opgedragen aan  streekgenoot Staf De Clercq. In de lente van dat jaar voerde De Mont het woord tijdens de Vlaams-nationale Landdag op de Kesterheide. Zijn rol in de vroege Vlaamse beweging  was dermate belangrijk dat schilder Hendrik Luyten hem als centrale figuur op Het Gulden Doek van Vlaanderen konterfeitte.
Of had De Mont de plaats van iemand anders ingenomen?
 
 
Deel 2 - Au pays des fraises
 
In hun Maison du Peuple beslisten Brusselse socialisten eind 19de eeuw om het Pajottenland,  dat zij  Le pays des fraises heetten, te veroveren. Gebruikmakend van een socio-economische enquête over de gemeente  Gaasbeek in 1833 door de Italiaanse graaf Giovanni Arrivabene uitgevoerd, deden ze begin 20ste eeuw het onderzoek over. Waarop  o.l.v.  Émile Vandervelde, kopstuk van de Parti Ouvrier Belge, de  verovering van het aardbeienland werd ingezet.
Maar werd hun queeste ook een succes?
 
 
Deel 3 - De taalstrijd om Edingen
 
Het Pajottenland grenst aan Edingen, ooit een Vlaamse stad in Henegouwen. Vanouds heet een inwoner Titje, vandaag heet hij… Le Titje, want Edingen werd verfranst. Daartegen kwam, niet zonder slag of stoot Vlaams verzet. Van plaatselijke onderwijzers tot Flor Grammens die er letterlijk met de grove borstel doorging. Een dwarse burgemeester haalde echter zijn slag thuis. De taalgrensregeling van 1963 gaf de Vlaamse inwoners taalfaciliteiten maar la Ville d’Enghien past deze liever niet toe. De Vaste Commissie voor Taaltoezicht tikt het bestuur regelmatig op de vingers.
 
Maurits van Liedekerke voegde er nog aan toe: “Er zijn bij de taalgrensregelingen gemeenten verhuist van Henegouwen naar Brabant zoals bvb. Sint-Pieters-Kapelle, een deel van Lettelingen, een stuk van Kokejane is naar Herne gekomen, Mark dat eigenlijk in de planning bedoeld was om naar Brabant te komen zoals Bever naar Brabant is gekomen, mocht samen met Lettelingen niet, met als reden dat het station van Edingen op het grondgebied van Lettelingen ligt. Net als het kerkhof van Edingen op het grondgebied van Herne ligt sinds 1902-1903. Waarom Mark bij Edingen moest komen, is de reden omdat Edingen zo klein is dat Mark eigenlijk bijna tot in het centrum van Edingen komt. Zoals velen misschien niet weten staat het gebouw van het College Saint-Augustin op het grondgebied van Mark alsook Delhaize."
 
                                              
 
Wie is Maurits van Liedekerke?
 
Maurits van Liedekerke zag het levenslicht op 21 juli 1945 in Teralfene aan ‘den Dender’, zoals hij het zelf zegt, aan de rand van het Pajottenland. Hij werkte als journalist, en was lange tijd hoofdredacteur van Wij, het weekblad van de Volksunie. Namens deze partij was hij van 1977 tot 1982 in Liedekerke schepen van Cultuur. Hij verhuisde naar Herne in 1982 en is ondertussen een echte Pajot in hart en nieren en als erfgoedliefhebber en dichter is Van Liedekerke de auteur van meerdere publicaties in het tijdschrift van de historische kring Het Oude Land van Edingen en Omliggende en van heemkundige boeken.
 
 
‘Mijn buurman in het Pajottenland, tegenwoordig voltijds dichter…’
Rik van Cauwelaert in Wie we waren, 2022.
 
Voeten in de aarde:
‘Deze zevende bundel van Maurits van Liedekerke sprak me aan vanwege de rijke plastische beeldspraak die, gegoten in een serene en pretentieloze taal, treffende, ontroerende en verrassende inzichten biedt. De thema’s en motieven (zoals vergankelijkheid, dood, menselijke nietigheid, natuurlijke schoonheid) worden vaak op een aanschouwelijke manier geboetseerd in korte maar des te krachtiger gedichten.’
Yves T’Sjoen in Ons Erfdeel, 1995.
 
Van Abbeloos tot Zeppos:
‘Een puik werk, aanbevolen voor al wie interesse heeft voor het hart van Vlaanderen, want zo mogen we het Pajottenland ook wel noemen.’
Pieter Jan Verstraete in ‘t Pallieterke, 2016.
 
Paul Cuylits. Een dwars leven als pastoor en Brusselaar:
‘Maurits van Liedekerke schreef, samen met zijn broer Luc, een vlotte biografie over de spraakmakende Brussel-Brabantse priester Paul Cuylits (1856-1928).’
Frans Jos Verdoodt in Wetenschappelijk tijdingen, 2022.
 
For a Soldier of the Great War:
‘A poetic ode to a simple soldier during World War I. The suite begins in his native village and ends when, a century later, schoolchildren do not greet the war graves in Flanders Fields…’  
Luiz Cruz-Villalobos in NoteBook poiesis, 2024.
 
Maurits Van Liedekerke is auteur van o.m.
Pajottenland, cultuur-historische gids (Leuven, 1999).
Van Abbeloos tot Zeppos, anderhalve eeuw Pajottenland in 75 portretten, 2016.
Paul Cuylits. een dwars leven als pastoor en Brusselaar, 2021.
    (met Luc van Liedekerke).
Voor een Soldaat van de Grote Oorlog, 1998.
Poëzie voor het dorp. Essay, 2013.
Dorp vanjewelste, 2020.
(opgedragen aan de inwoners van Herfelingen, Herne, Kokejane, Sint-Pieters-Kapelle.)
For A soldier of the  Great War (New-York, 2024)
 
Hij vertegenwoordigde in 1991 de Vlaamse Gemeenschap op het poëziefestival van Struga (Noord-Macedonië).
Sinds 2009 gangmaker van Gedichtendag in Herne.
 
Zijn jarenlange inzet voor de gemeenschap werd in 2011 bekroond met de titel van ereburger van de gemeente Herne.
 
"Veel mensen zijn onwetend over bepaalde zaken die hier hebben afgespeeld en eigenlijk binnen onze generatie relatief recent zijn. Bijna niemand kent de details er over en dat was één van de reden waarom ik deze drie meeslepende verhalen heb samengebracht in één boek, omdat deze gebeurtenissen zo dicht bij elkaar liggen, hetzelfde grondgebied, dezelfde periode, veelal dezelfde mensen", alsnog van Liedekerke.
 
 
Wie graag de auteur Maurits Van Liedekerke persoonlijk wil ontmoeten is van harte welkom tijdens zijn boekvoorstelling op zondag 17 november 2024 om 16u in het Gemeenschapscentrum Het Koetshuis, Kristus Koninglaan in Strijtem, Roosdaal.
 
Programma
 
De presentatie zal gebeuren door Marleen Van den Houte met een welkomstwoord door Walter Evenepoel namens Rausa, Erfgoed-Roosdaal.
De muzikale omlijsting wordt gebracht door Sarah Copriau (directeur KunstParel Gooik) en Bruno De Schaepdrijver (altviool symfonieorkest Vlaanderen).
 
Sprekers: 
 
• Dirk Lindemans, voorzitter Pol de Montgenootschap (Ternat-Wambeek)
• Katia Segers, VUB- prof, Vlaams parlementslid (Liedekerke)
• Rik Van Cauwelaert, journaliste (Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek)
 
Er wordt afgesloten met een napraatreceptie.
 
Het boek kan aangekocht worden ter plaatse in het Koetshuis voor 25 euro.
Op bestelling via e-mail tot 10 november 2024 en afgehaald worden na de voorstelling in het Koetshuis.
 
Ook digitaal bestellen kan via maurits.vanliedekerke@telenet.be
 
Het boek wordt thuis geleverd (25 euro + 7,5 euro verzendingskosten).
Overschrijven op rekeningnr. BE52 0010 8581 8909 van Maurits van Liedekerke, 1540 Herne
(*Steeds naam en adres vermelden)
 
Het boek zal ook verschijnen in de Standaard Boekhandel in Halle, in Lennik en bij Drukkerij De Knijf in Gooik.
 
 
            
 
Foto’s en video: ©Chris Noerens

Nieuws melden Adverteren op Persinfo?