Wie in de Vlaamse Rand woont, heeft evenveel recht om een bus of trein te nemen als wie elders woont, zo stelt Vlaams Volksvertegenwoordiger en burgemeester van Pajottegem Kris Poelaert strijdvaardig.
Blinde vlek in mobiliteitsbeleid
Uit een nieuw onderzoek van De Lijn blijkt dat landelijke gebieden zoals Pajottegem, Bever en Pepingen amper of niet worden bediend door openbaar vervoer. Dit zorgt voor vervoersarmoede en beperkt duizenden inwoners in hun mobiliteit.
De Vlaamse Rand heeft een complexe situatie: enerzijds sterk verstedelijkte zones rond Brussel, anderzijds een uitgestrekt landelijk gebied dat groter is dan de Vlaamse Ardennen. Toch krijgt de regio onvoldoende budget voor Vervoer op Maat. Bovendien trekt de Vlaamse Rand grote pendelstromen richting Brussel en de nationale luchthaven, wat extra druk legt op de mobiliteit.
Minister van Mobiliteit Annick De Ridder verdedigt het beleid met het argument dat er te weinig inwoners per vierkante kilometer zijn: "waar veel mensen zijn, rijden veel bussen." Poelaert reageert scherp: “Iedere Vlaming heeft recht op degelijk openbaar vervoer, ongeacht waar hij woont.”
Daarnaast lijkt minister van Vlaamse Rand Ben Weyts het probleem niet serieus te nemen. In de commissie liet hij weten zich niet te willen baseren op slechts één kaart van De Lijn, terwijl de vervoerregio al jaren met verslagen en rapporten aankaart dat er een schrijnend gebrek aan middelen is. “Het is onbegrijpelijk dat een regio met zulke complexe mobiliteitsuitdagingen systematisch ondergefinancierd blijft. De Vlaamse Rand draagt de vervoerslast van Brussel, maar krijgt daar geen eerlijke middelen voor terug,” aldus Poelaert.
Oneerlijke verdeling van middelen
Al in 2020 waarschuwde de Vervoerregio Vlaamse Rand dat de budgetten ontoereikend waren voor een degelijk OV-netwerk en Vervoer op Maat. Toch bleef een positieve reactie vanuit de toenmalige minister uit en bleef de situatie onveranderd. Intussen is er in het Pajottenland amper budget voor flexvervoer en werden marktbussen afgeschaft, waardoor landelijke inwoners zonder alternatief vallen.
Hoewel de Vlaamse regering extra middelen voorziet via het Vlaamse Randfonds, blijft het onzeker of hieruit middelen naar mobiliteit gaan. Poelaert roept minister Weyts op om in te grijpen en de ongelijkheid recht te zetten.
“Dit is geen aanvaardbare situatie,” besluit Poelaert. “Vervoer is een basisrecht en essentieel voor een leefbare regio. Vlaanderen moet en kan beter!”