
Op zaterdag 1 juni aanstaande zal het 100 jaar geleden dat Pol de Mont zijn iconische gedicht Aan mijn Payottenland publiceerde. De Mont werd op 15 april 1857 te Wambeek (nu deeldorp van Ternat) geboren. Zijn geboortehuis, in het centrum van Wambeek, staat er nog steeds en draagt een gedenkbord aan de gevel.
We vroegen Maurits van Liedekerke, auteur van enkele publicaties over het Pajottenland, naar de relatie tussen De Mont, zijn geboortestreek en het jarige gedicht. En hoe De Mont reeds zo jong aan het schrijven ging?
De Jonge Taalvrienden
Maurits van Liedekerke: “Het was vooral moeder Jozefina Baudewijns die haar zoontje zin voor lezen en schrijven bijbracht. Reeds als kleuter kon hij er weg mee. Humaniora begon de knaap aan het Pensionat de Jeunes Gens in Ninove, waar vader De Mont vandaan kwam. De jongen logeerde er bij zijn grootmoeder. Ook neef Paul de Mont, de latere toneelauteur, was een Ninovieter."
"De Mont keerde het pensionaat, dat hij omschreef als ‘dat Franstalig kot’, vlug de rug toe en versaste naar het Klein Seminarie in Mechelen. Daar richtte hij samen met klasgenoten De Jonge Taalvrienden op, een kring van Vlaamsgezinde letterlievende leerlingen. Zo kwam hij in contact met ene Albrecht Rodenbach die in het Klein Seminarie van Roeselare mee aan de basis lag van de Blauwvoeterie. De twee zagen elkaar terug aan de Leuvense alma mater."
"In 1877, net twintig jaar, publiceerde De Mont Klimoprankskes, zijn eerste dichtbundel.”
De Vier Weverkens
Van Liedekerke: “Maar De Mont was zoveel meer, want ook in de sector van heemkunde en folklore deed hij onderzoek en publiceerde hij over sagen en legenden. Het was alweer zijn moeder die hem via vertellingen, volkspoëzie en liedjes de zin voor erfgoed had bijgebracht. Zo danken we aan hen het alom gekende liedje De Vier Weverkens, De Mont noteerde het in 1889."
"Eens uitgeweken naar Antwerpen ontdekte De Mont er de boeiende artistieke wereld van de havenstad. Hij leverde commentaar bij grote tentoonstellingen, gaf les aan een atheneum en de stedelijke academie en werd uiteindelijk conservator van het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.”
- Maar waarom week hij tijdens WOI uit naar Nederland?
Van Liedekerke: “Ook de politiek boeide De Mont. Hij werd provincieraadslid voor de liberale partij wat de Franstalig gezinde Antwerpse partijtop van die tijd niet zinde. Dit bracht hem tijdens WOI richting het Duitsgezinde activisme met alle gevolgen van dien. In 1919 keerde hij uit Nederland naar Antwerpen terug om in de journalistiek te belanden. Zo kwam hij in contact met de uit het IJzerfront gegroeide Frontpartij en met een Pajotse streekgenoot, de in Kester wonende onderwijzer Staf de Clercq.”
- Al die jaren behield het Pajottenland een plaats in zijn leven. Werd het ook een onderwerp van zijn publicaties?
Van Liedekerke: “Die relatie spreekt uit meerdere van zijn publicaties. In 1886 publiceerde De Mont de verhalenbundel Op mijn dorpken, in 1893 het gedicht Wegeltjes waarin hij het Wambeek van zijn jeugd beschrijft. 'Aan mijn Payottenland' verscheen in 1924, gelijktijdig met het strijdvaardige gedicht De Payotten dat hij opdroeg aan Staf de Clercq. De ondertussen 67-jarige De Mont zou dat voorjaar ook een toespraak houden op de Vlaams-nationale Landdag op de Kesterheide.”
Van Dender tot Zenne…
- Het gedicht Aan mijn Payottenland is geen versje maar telt 25 strofen van telkens 8 regels. Wat staat erin te lezen?
Van Liedekerke: “De Mont opent met te zeggen dat ‘geen vers u ter eer, mijn Land, werd geschreven’, dus voelt hij zich geroepen. Wat hij met allure doet.
'En met voetnoten, wat uitzonderlijk is in een gedicht maar nuttig voor lezers buiten de regio. Daarbij komen alle aspecten aan bod: boerenmensen en hun labeur, vrouwen, meisjes, het landschap in alle seizoenen en enkele geliefde plekken. Soms in een taal die niet meer van onze tijd is, maar steeds met poëtische zwier en liefdevolle bewoordingen. Ook tegenover zijn moeder – de schoonste vrouw voor wie ik heb geknield… - heeft hij de mooiste woorden."
"Belangrijk in het gedicht is ook dat De Mont zich uitspreekt over de omvang van het Pajotttenland. Zeker nu de gemeentebesturen van Galmaarden, Gooik en Herne zich voor hun samengevoegde gemeenten de naam van het Pajottenland hebben toegeëigend. Een aanmatiging die in het hele Pajottenland tot verontwaardiging heeft geleid.”
Een citaat:
Uw groene heuvels en nog groener dalen
Omringen Brussel met smaragden krans.
Van Vlaanderens Dender tot den boord der Zenne
Golft gij en deint in lijnen, hoog en diep…
Van Liedekerke: “Van Vlaanderens Dender tot den boord der Zenne… Wie dit leest, beseft tot welke onzin onwetendheid over de eigen regio kan leiden. De branie van enkelen om het Pajottenland — oorspronkelijk 47 niet-samengevoegde gemeenten — tot drie gemeenten te beperken, is onfatsoenlijk tegenover de 150.000 inwoners die de naam Pajot dragen. Laten we hopen dat het komende gemeentebestuur deze misser alsnog goedmaakt.”
Dat Pol de Mont (overleden in 1931) nog steeds belangstelling opwekt, blijkt uit het genootschap dat zijn naam draagt en in Ternat en deelgemeenten actief is. www.poldemontgenootschap.be
Ingezonden foto