De Processie van Plaisance in de stad Geraardsbergen was wederom een voltreffer met tal van verenigingen en duizenden toeschouwers. Deze jaarlijkse, feestelijke ommegang is ter ere van Sint-Bartholomeus, de patroonheilige van de stad. De processie markeert het begin van de zomerkermis. Een klassieker sedert 1515.
“Het verlof loopt op zijn einde en dan wordt de kermis in Geraardsbergen in gang getrokken. Op zondag met de processie van Plaisance, waar de reuzen dansen, de verenigingen hun manneken dragen, het schrijn op de schouders rust door de stad, de ‘Giesbaargeneir’ een gelukkig ‘joar’ wenst, Saint Saucisse de hostie vervangt door een stukste van de zeuge en het stromend bier opgevangen wordt in halve of hele liters”, verteld ons kort Pieter de Belleman.
Op zondag 25 augustus 2024 trok de processie van Plaisance, de plezantste ommegang met Manneken-pis door de stad. Manneken Pis word door de verenigingen op handen en schouders genomen en dragen hem voor het schrijn de Geraardsbergse stad rond.

Elk jaar wordt het zilveren reliekschrijn van Sint-Bartholomeus op de zondag van of na 24 augustus, zijn feestdag, rondgedragen door de stad. Acht dragers, gekleed in donkerrode stola, dragen afwisselend per vier het schrijn.

De Geraardsbergse reuzen Goliath, Gerarda en Kinneken Baba openden de optocht, met een foto van hun recent overleden reuzendrager en vriend Tibo, als eerbetoon. “Zo kon hij er ook bij zijn”, klonk het bij de voltallige reuzengilde.
Ze werden gevolgd door een fanfare die het reuzentrio begeleidde met marsmuziek. In de processie was de gemeenschap van Geraardsbergen goed vertegenwoordigd: achter de fanfare stapten de brandweer en tal van Geraardsbergse verenigingen mee. Oorspronkelijk waren het middeleeuwse gilden die deelnamen. Na de Franse revolutie, toen alle gilden afgeschaft werden, namen nieuw opgerichte verenigingen hun rol over. De rij werd afgesloten door de oudste verenigingen, met als oudste de Koninklijke Rederijkerskamer Sint-Pieter-Vreugd-en-Deugd in 16de eeuwse kledij. Het schrijn werd voorafgegaan door Concertband Cecilia Geraardsbergen. Ze speelden walsen die passen bij de wiegende tred van het schrijn. Ook het kerk- en het stadsbestuur waren aanwezig in de ommegang.
Na aankomst op de Markt vormen de deelnemers een erehaag tussen het stadhuis en de Markt. Op de tonen van de populairste wals, Dans la Tranchée van Albert Schmidt, wordt het schrijn weer binnengedragen in de kerk. Hierop worden alle deelnemers uitgenodigd op het stadhuis voor een receptie. De voorzitters van de verenigingen ontvangen er een symbolische vergoeding.

Tenslotte trekt het massaal opgekomen volk naar de herbergen op de Markt, waar de muzikanten van Cecilia zorgden voor de nodige ambiance met volksliedjes, marsjes, walsen en kermisliedjes. Deze samenkomst wordt afgesloten met Saint-Saucisse: de oudste drager van het schrijn wordt op een draagberrie als 'Bartholomeus' rondgedragen, terwijl hij stukjes salami gooit in de grabbelende menigte. De ontvelde worstjes refereren aan de marteldood van de apostel, die levend gevild werd.
De processie is doorheen de eeuwen meermaals veranderd en aangepast. De organisatie van de processie is in handen van het stadsbestuur.
Er liepen zo’n duizend deelnemers mee, een veelvoud daarvan kwamen kijken. Het draagvlak voor de ommegang is bijgevolg groot.


De oorsprong van de processie ligt in het jaar 1515. Toen werden de relieken van de apostel vanuit het kartuizerklooster van het naburige Lierde overgebracht naar de Sint-Bartholomeuskerk van Geraardsbergen. Vanaf dan won de verering van de heilige aan belang.
Foto’s met dank aan ©Gunter Punnewaert